Zitten is een
positiewerkwoord om de positie van voorwerpen te beschrijven die zich
in een ander voorwerp bevinden. Meestal is het voorwerp
niet zichtbaar.
Het boek
zit in de boekentas.
Het geld
zit in de portefeuille.
Een persoon kan natuurlijk ook zitten.
Hij
zit rustig in zijn zetel.
Er is geen plaats meer, dus
zit ik op de grond.
Uitdrukkingen met
zitten:
Iets dat
in de lift zit, is een fenomeen dat in stijgende lijn gaat ("De verkoop van boeken zit in de lift").
Het
zit niet
mee: zeg je als je geen geluk hebt, bijvoorbeeld in werk, sport, liefde...
voorbeelden van "zitten" in context via google
De
actie om het voorwerp in die positie te brengen druk je uit met het werkwoord
steken.
Ik
steek de koekjes in de doos.
Steek je het geld snel in je portefeuille?
Uitdrukkingen met
steken:
De hand in eigen boezem steken is de oorzaak van falen ook bij jezelf zoeken.
De draak steken met iets of iemand is iets of iemand belachelijk maken.
Stokken in de wielen steken is saboteren, iets in de weg leggen
Een pluim op iemand zijn hoed steken is iemand de verdienste aan iets toeschrijven.
voorbeelden van "steken" in context via google
Andere positiewerkwoorden:
hangen,
liggen en leggen,
staan en zetten.