Deze wijn
smaakt naar zeep.
Ik
proef geen verschil.
SMAKEN
Een gerecht of een drankje
smaakt
| | |
| De olie smaakt naar basilicum. |
| De taart smaakt heerlijk. |
voorbeelden van 'smaken' in context
PROEVEN
Een persoon
proeft.
| | |
| Proef eens of de pudding zoet genoeg is |
| We mochten de hele avond streekbieren proeven. |
voorbeelden van 'proeven' in context
OPMERKING
Van smaken zijn een aantal woorden en uitspraken afgeleid, die je goed kan gebruiken aan tafel:
-Voor het eten zeg je: '
smakelijk eten' of gewoon '
smakelijk'.
-Tijdens het eten kan je aan je tafelgenoten vragen: '
smaakt het?'
-Als de ober je tafel afruimt kan je hem horen zeggen: '
heeft het gesmaakt?'
Zowel smaken als proeven worden heel dikwijls figuurlijk gebruikt:
-Het publiek kon zijn grappen wel
smaken.
-We hebben van hoogstaande cultuur kunnen
proeven.