Kunnen jullie mij even helpen?
Mogen we hier parkeren?
MOGEN
Bij ‘
mogen’ is er altijd sprake van een
toestemming van iemand. Soms staat de persoon die de toestemming geeft, vermeld in de zin.
| | |
| | Ik mag geen zout meer eten. |
|---|
| | Hij mag van zijn vrouw niet naar het voetbal gaan. |
|---|
‘Mogen’ is een
modaal werkwoord. Je combineert ‘mogen’ dus met een
infinitief.
voorbeelden van 'mogen' in context
KUNNEN
‘Kunnen’ heeft te maken met:
- een
mogelijkheid
| | |
| | Waarom kan je niet naar mijn feestje komen? |
|---|
- een
capaciteit, een
competentie
Het kan gaan om een competentie die je van nature hebt of om een competentie die je bereikt hebt door te oefenen.
| | |
| | Hij kan heel goed tekenen. |
|---|
| | Ze kan geen kleuren zien. |
|---|
‘Kunnen’ is een
modaal werkwoord. Je combineert ‘kunnen’ dus met een
infinitief.
voorbeelden van 'kunnen' in context