Ik ben helemaal niet
zo rijk als Bill Gates.
Het regent,
zoals ik had voorspeld.
ZO
Het woordje
‘zo’ gebruik je:
- als synoniem van
‘op die manier’.
| | |
| | Zo mag je de schaar niet vasthouden. (=Op die manier mag je de schaar niet vasthouden.) |
|---|
| | Ik kan zo niet leven. (Ik kan op die manier niet leven.) |
|---|
- gevolgd door een adverbium; ‘
zo’ versterkt het adverbium en betekent dan ‘
erg’ .
| | |
| | De kinderen zijn vandaag zo lief geweest. (=De kinderen zijn vandaag erg lief geweest.) |
|---|
| | Van zwemmen word ik zo moe. (=Van zwemmen word ik erg moe.) |
|---|
voorbeelden van 'zo' in context
ZOALS
‘
Zoals’ gebruik je:
- bij vergelijkingen
| | |
| | Hij is beleefd, zoals altijd. |
|---|
| | Zij is heel groot, zoals haar vader. |
|---|
- aan het begin van een bijzin
| | |
| | Zoals de weerman voorspelde, scheen de zon de hele dag. |
|---|
| | Het is niet gegaan zoals jullie denken. |
|---|
- in combinatie met een participium
| | |
| | We komen, zoals afgesproken, om 15 u samen. |
|---|
| | Zoals beloofd, stuur ik u de nodige documenten. |
|---|
- om
voorbeelden in te leiden
| | |
| | Ik eet graag pasta, zoals lasagne en spaghetti. |
|---|
| | Ik heb veel interessante vakken, zoals geschiedenis en economie. |
|---|
voorbeelden van 'zoals' in context
ZO ... ALS...
‘
zo...als...’ gebruik je om een vergelijking te maken die vertrekt van een adverbium. Het adverbium staat direct achter ‘zo’.
| | |
| | Mijn kleinzoon is zo koppig als een ezel. |
|---|
| | Die rugzak is zo oud als de straat. |
|---|
voorbeelden van 'zo...als' in context