uitgebreid zoeken

 maandag, 25 september 2017

TAALB(L)AD
e-zine
woordleer
zinsbouw
  Woordvolgorde   Hoofdzin + ....   Relatieve zinnen   Met infinitief   Het perfectum   Het passief   Er   De Negatie   Vragen stellen   Separabel verbum   Reflexief verbum   Taalknoop   Expressies   Positiewerkwoorden woordspel
links
luisteren
Start Beeldverhaal

minitest
flyers & affiches

vzw de Rand
Taaluniecentrum NVT

TAALBLAD.BE op Facebook

 
RSS feed
 Taalblad Google Gadgets
 Creative Commons-Licentie
Ga naar oefening
Taalknoop

Hoeven of moeten?

Morgen hoef ik niet te werken.
Ik moet mijn bureau opruimen.

HOEVEN


Hoeven is een hulpwerkwoord. ‘Hoeven’ gebruik je dus in combinatie met een infinitief. Bovendien moet je vlak vóór die infinitief het woordje ‘te’ toevoegen.

‘Hoeven’ gebruik je altijd in een negatieve context:
- in zinnen met een ontkenning, dus in combinatie met de woordjes ‘niet’, ‘geen’, ‘niets’, ‘niemand’, ‘nooit’ of ‘nergens’
         
 Ze hoeft niet meer te werken.
 We hoeven niemand te verwittigen.


- in combinatie met woorden die door hun betekenis negatief geladen zijn.
(‘nauwelijks’, ‘amper’, ‘alleen maar’, ‘zelden’)
         
 Ik hoef dit weekend nauwelijks iets te doen.
 We hoeven alleen maar te bellen.


voorbeelden in context van 'hoeven'

MOETEN


‘Moeten’ is eveneens een hulpwerkwoord. Je gebruikt het in combinatie mét een infinitief, maar zónder ‘te’.

In tegenstelling tot ‘hoeven’ kan je ‘moeten’ in alle contexten (positief en negatief) gebruiken.

         
 Hij moet de boeken terugbrengen naar de bibliotheek.
 Je moet niet zo zeuren!
 Waarom moet hij dringend vertrekken?


voorbeelden in context van 'moeten'

BETEKENISVERSCHIL?


De betekenissen van ‘hoeven’ en ‘moeten’ liggen dicht bij elkaar. Toch is er een verschil. ‘Hoeven’ is namelijk zachter dan ‘moeten’.

‘Moeten’ benadrukt de noodzaak van een situatie: de situatie controleert jou en je hebt weinig te kiezen. Bij ‘hoeven’ heb je zelf meer controle over de situatie en heb je een grotere keuzevrijheid.
         
 Je hoeft morgen niet langs te komen.(= Het is niet nodig dat je langskomt maar je mag wel. Je beslist zelf. Ik doe de deur open als je aanbelt.)
 Je moet morgen niet langskomen. (= Blijf morgen weg. Ik wil niet dat je komt. Als je het toch doet, sta je voor een gesloten deur.)

stuur door
Ga naar oefening

« vorige Hoeven of moeten? volgende »
06-12-2007 Toen of als?
22-04-2008 Jou of jouw?
>>  21-05-2008 Hoeven of moeten?
25-06-2008 Waarom of daarom?
11-08-2008 Uit of Buiten?

Echt waar?!

Met dit boek leer je dagelijkse woordenschat met ludieke nieuwsberichten, taalspelletjes, spreekwoorden...


Bestel rechtstreeks via e-mail, we leveren het boek thuis zonder kosten!

Lees meer

Boetiek

uitspraak_NederlandsOnze selectie van grammatica- en oefenboeken, leesboeken en ander materiaal om (thuis) Nederlands te oefenen.

Naar de boetiek

De leesstraat


Leuke verhalen lezen in het Nederlands en zo je woordenschat verhogen, met de boeken van De leesstraat.

Meer info en bestellen.

Zoeken - Disclaimer - Contact - Over Taalblad - Sitemap - Colofon