uitgebreid zoeken

 zondag, 5 februari 2012

TAALB(L)AD
e-zine
woordleer
zinsbouw
  Woordvolgorde   Hoofdzin + ....   Relatieve zinnen   Met infinitief   Het perfectum   Het passief   Er   De Negatie   Vragen stellen   Separabel verbum   Reflexief verbum   Taalknoop   Expressies   Positiewerkwoorden woordspel
links
luisteren
Start Beeldverhaal

minitest
flyers & affiches

vzw de Rand
Taaluniecentrum NVT

TAALBLAD.BE op Facebook RSS feed
 Taalblad Google Gadgets
 Creative Commons License
Ga naar oefening

De Negatie

een, veel, enkele <> geen
Ik heb een TV. <>Ik heb geen TV.
Ik wil koffie.<> Ik wil geen koffie.
Ik heb veel geld. <>Ik heb geen geld.
Ik heb enkele vragen. <>Ik heb geen vragen.
voorbeelden in context

wel <> niet
Ik kijk wel naar TV. Ik kijk niet naar TV.
Ik ga naar school vandaag. Ik ga niet naar school vandaag.
voorbeelden in context

soms, ooit, vaak, altijd <> nooit
Ik vergeet soms mijn sleutels.<> Ik vergeet nooit mijn sleutels.
Ik neem altijd de trein. <> Ik neem nooit de trein.
Ik woonde ooit in Braziliƫ. <> Ik woonde nooit in Braziliƫ.
voorbeelden in context

iets, alles <> niets
Ik heb iets gezien. <> Ik heb niets gezien.
Ik vergeet alles. <> ik vergeet niets.
voorbeelden in context

iemand, iedereen <> niemand
Iemand moet me helpen. <> Niemand moet me helpen.
Iedereen weet hoe oud hij is. <> Niemand weet hoe oud hij is.
voorbeelden in context

ergens, overal <> nergens
Hij is overal welkom. <> Hij is nergens welkom.
Ik heb hem ergens gezien. <> Ik heb hem nergens gezien.
voorbeelden in context

al <> nog niet
Ik heb de afwas al gedaan. <> Ik heb de afwas nog niet gedaan.
Ik heb de film al gezien. <> Ik heb de film nog niet gezien.
voorbeelden in context

al <> nog geen
Ik heb al twee kinderen. <> Ik heb nog geen kinderen.
Ik heb al twee boten gezien. <> Ik heb nog geen boten gezien.
voorbeelden in context

al <> nog nooit
Ik ben al twee keer in Afrika geweest. <> Ik ben nog nooit in Afrika geweest.
Ik heb al dikwijls gevlogen. <> Ik heb nog nooit gevlogen.
voorbeelden in context

nog <> niet meer
Hij slaapt nog. <> Hij slaapt niet meer.
Ik weet het nog goed. <> Ik weet het niet meer.
voorbeelden in context

nog <> geen meer
Er zitten nog koekjes in de doos. <> Er zitten geen koekjes meer in de doos.
Er zijn nog twee kaartjes voor het concert te koop. <> Er zijn geen ticketjes voor het concert meer.
voorbeelden in context
stuur door
Ga naar oefening

« vorige De Negatie volgende »
22-03-2007 Het passief
22-03-2007 Er
>>  22-03-2007 De Negatie
22-03-2007 Vragen stellen
22-03-2007 Separabel verbum

 De boetiek van taalblad.be

In onze boetiek vind je grammaticaboeken en ander materiaal om zelf Nederlands te leren.

Naar de boetiek

De boetiek van taalblad.be

Nieuw in de boetiek: Rundskop, Nederlandstalige film, genomineerd voor een Oscar.


Lees meer

Zoeken - Disclaimer - Contact - Over Taalblad - Sitemap - Colofon