uitgebreid zoeken
zaterdag, 13 maart 2010
Taalknoop
Prepositie
De of het?
Presens
Imperfectum
Participium
Widget games
Meervoud
Diminutief
Adjectief
Reflexief verbum
Adverbium
Woordenschat
Relatieve zinnen
Te + infinitief
Expressies
De negatie
Separabel verbum
Perfectum
Samenstellingen
Relatieve bijzin: wie of die?
Missen of ontbreken?
Mogen of kunnen?
Antwoorden of beantwoorden?
testje
Tijdens of terwijl?
Smaken of proeven?
Aaanvaard of aangevaard?
Toen of als?
Boven of op?
Morgen of 's morgens?
Feesten of vieren?
Betekenen of bedoelen?
Onder of beneden
Zo of Zoals?
Maar of alleen?
UIT of BUITEN?
Waarom, daarom, want of omdat?
In of Binnen?
Hoeven of moeten?
Huis of thuis?
Jou of jouw?
Jong, jongen, jonger of jongere?
Heel of Veel?
Iedereen of allemaal?
Maken of doen?
Oefening op prepositie 2
Oefening op preposities 1
Vul 'de' of 'het' in. (3)
Vul 'de' of 'het' in (2)
Vul "de" of "het" in
Oefening op het presens (2)
Oefening op het presens (1)
Oefening op het imperfectum (2)
Oefening op het imperfectum (1)
Oefening op het participium (2)
Participium van separabel verbum
Oefening op het participium (1)
minitest imperfectum 9
minitest imperfectum 8
minitest imperfectum 7
minitest imperfectum 6
minitest imperfectum 5
minitest imperfectum 4
minitest hoeven of moeten 9
minitest hoeven of moeten 8
minitest hoeven of moeten 7
minitest hoeven of moeten 6
minitest hoeven of moeten 5
minitest hoeven of moeten 4
minitest hoeven of moeten 3
minitest huis of thuis 6
minitest huis of thuis 5
minitest huis of thuis 4
minitest huis of thuis 3
minitest huis of thuis 2
minitest jou of jouw 10
minitest jou of jouw 9
minitest enkele of sommige 10
minitest enkele of sommige 9
minitest enkele of sommige 8
minitest enkele of sommige 7
minitest enkele of sommige 6
minitest enkele of sommige 5
minitest presens 6
minitest waarom of daarom 3
minitest jou of jouw 8
minitest jou of jouw 7
minitest jou of jouw 6
minitest jou of jouw 5
minitest jou of jouw 4
minitest betekenen of bedoelen
minitest hoeven of moeten 2
minitest diminutief 1
minitest heel of veel 10
minitest heel of veel 9
minitest heel of veel 8
minitest heel of veel 7
minitest heel of veel 6
minitest heel of veel 5
minitest heel of veel 4
minitest heel of veel 3
minitest heel of veel 2
minitest jou of jouw 3
minitest zo of zoals 9
minitest zo of zoals 8
minitest zo of zoals 7
minitest zo of zoals 6
minitest zo of zoals 5
minitest zo of zoals 4
minitest enkele of sommige 4
minitest enkele of sommige 3
minitest enkele of sommige 2
minitest de of het 9
minitest de of het 8
minitest de of het 7
minitest diminutief 10
minitest diminutief 9
minitest diminutief 8
minitest diminutief 7
minitest diminutief 5
minitest diminutief 4
minitest diminutief 6
minitest de of het 6
minitest de of het 5
minitest de of het 4
minitest de of het 3
minitest de of het 2
minitest maken of doen 10
minitest maken of doen 9
minitest maken of doen 8
minitest maken of doen 7
minitest maken of doen 6
minitest maken of doen 5
minitest maken of doen 4
minitest maken of doen 3
minitest maken of doen 2
minitest meervoud 2
minitest op of om 2
minitest participium 3
minitest uit of buiten? 3
minitest waarom of daarom 2
minitest zo of zoals 3
minitest jou of jouw 2
minitest participium 2
minitest participium
minitest presens 4
minitest uit of buiten 2
minitest zo of zoals 2
minitest imperfectum 3
minitest imperfectum 2
minitest imperfectum
minitest presens 3
minitest presens 2
minitest presens 5
minitest meervoud
minitest diminutief 3
minitest diminutief 11
minitest diminutief 2
minitest de of het
minitest zo of zoals
minitest maar of alleen?
minitest jou of jouw
minitest enkele of sommige
minitest waarom of daarom
minitest toen of als
minitest uit of buiten
minitest in of binnen
minitest hoeven of moeten
minitest op of om?
minitest heel of veel
minitest iedereen of allemaal
minitest huis of thuis
minitest maken of doen?
Oefening op het meervoud 2
Oefening op meervoud 1
Oefening op het diminutief 2
Oefening op diminutief
Vorm van het adjectief
Comparatief
Oefening op de vorm van het adjectief
Oefening op het reflexief verbum
Oefening op het adverbium
Woordenschat: auto's
Woordenschat: De Berlijnse Muur
Woordenschat: herfst en bos
School
Dieren
Boeren en landbouw
Bio en milieu
Verkiezingen 2009
Met waar(+prepositie)
Die of dat?
Zinsbouw met te + infinitief
Expressies
Vul het juiste woord in de expressies in
nooit, niemand, nergens...
Geen, niet, nooit ...
Oefening op het separabel verbum
Separabel verbum
Perfectum met hebben/zijn?
Met of zonder koppelteken?
woordspel
Overzicht
Taalknoop
Relatieve bijzin: wie of die?
Missen of ontbreken?
Mogen of kunnen?
Antwoorden of beantwoorden?
testje
Tijdens of terwijl?
Smaken of proeven?
Aaanvaard of aangevaard?
Toen of als?
Boven of op?
Morgen of 's morgens?
Feesten of vieren?
Betekenen of bedoelen?
Onder of beneden
Zo of Zoals?
Maar of alleen?
UIT of BUITEN?
Waarom, daarom, want of omdat?
In of Binnen?
Hoeven of moeten?
Huis of thuis?
Jou of jouw?
Jong, jongen, jonger of jongere?
Heel of Veel?
Iedereen of allemaal?
Maken of doen?
Prepositie
Oefening op prepositie 2
Oefening op preposities 1
De of het?
Vul 'de' of 'het' in. (3)
Vul 'de' of 'het' in (2)
Vul "de" of "het" in
Presens
Oefening op het presens (2)
Oefening op het presens (1)
Imperfectum
Oefening op het imperfectum (2)
Oefening op het imperfectum (1)
Participium
Oefening op het participium (2)
Participium van separabel verbum
Oefening op het participium (1)
Widget games
minitest imperfectum 9
minitest imperfectum 8
minitest imperfectum 7
minitest imperfectum 6
minitest imperfectum 5
minitest imperfectum 4
minitest hoeven of moeten 9
minitest hoeven of moeten 8
minitest hoeven of moeten 7
minitest hoeven of moeten 6
minitest hoeven of moeten 5
minitest hoeven of moeten 4
minitest hoeven of moeten 3
minitest huis of thuis 6
minitest huis of thuis 5
minitest huis of thuis 4
minitest huis of thuis 3
minitest huis of thuis 2
minitest jou of jouw 10
minitest jou of jouw 9
minitest enkele of sommige 10
minitest enkele of sommige 9
minitest enkele of sommige 8
minitest enkele of sommige 7
minitest enkele of sommige 6
minitest enkele of sommige 5
minitest presens 6
minitest waarom of daarom 3
minitest jou of jouw 8
minitest jou of jouw 7
minitest jou of jouw 6
minitest jou of jouw 5
minitest jou of jouw 4
minitest betekenen of bedoelen
minitest hoeven of moeten 2
minitest diminutief 1
minitest heel of veel 10
minitest heel of veel 9
minitest heel of veel 8
minitest heel of veel 7
minitest heel of veel 6
minitest heel of veel 5
minitest heel of veel 4
minitest heel of veel 3
minitest heel of veel 2
minitest jou of jouw 3
minitest zo of zoals 9
minitest zo of zoals 8
minitest zo of zoals 7
minitest zo of zoals 6
minitest zo of zoals 5
minitest zo of zoals 4
minitest enkele of sommige 4
minitest enkele of sommige 3
minitest enkele of sommige 2
minitest de of het 9
minitest de of het 8
minitest de of het 7
minitest diminutief 10
minitest diminutief 9
minitest diminutief 8
minitest diminutief 7
minitest diminutief 5
minitest diminutief 4
minitest diminutief 6
minitest de of het 6
minitest de of het 5
minitest de of het 4
minitest de of het 3
minitest de of het 2
minitest maken of doen 10
minitest maken of doen 9
minitest maken of doen 8
minitest maken of doen 7
minitest maken of doen 6
minitest maken of doen 5
minitest maken of doen 4
minitest maken of doen 3
minitest maken of doen 2
minitest meervoud 2
minitest op of om 2
minitest participium 3
minitest uit of buiten? 3
minitest waarom of daarom 2
minitest zo of zoals 3
minitest jou of jouw 2
minitest participium 2
minitest participium
minitest presens 4
minitest uit of buiten 2
minitest zo of zoals 2
minitest imperfectum 3
minitest imperfectum 2
minitest imperfectum
minitest presens 3
minitest presens 2
minitest presens 5
minitest meervoud
minitest diminutief 3
minitest diminutief 11
minitest diminutief 2
minitest de of het
minitest zo of zoals
minitest maar of alleen?
minitest jou of jouw
minitest enkele of sommige
minitest waarom of daarom
minitest toen of als
minitest uit of buiten
minitest in of binnen
minitest hoeven of moeten
minitest op of om?
minitest heel of veel
minitest iedereen of allemaal
minitest huis of thuis
minitest maken of doen?
Meervoud
Oefening op het meervoud 2
Oefening op meervoud 1
Diminutief
Oefening op het diminutief 2
Oefening op diminutief
Adjectief
Vorm van het adjectief
Comparatief
Oefening op de vorm van het adjectief
Reflexief verbum
Oefening op het reflexief verbum
Adverbium
Oefening op het adverbium
Woordenschat
Woordenschat: auto's
Woordenschat: De Berlijnse Muur
Woordenschat: herfst en bos
School
Dieren
Boeren en landbouw
Bio en milieu
Verkiezingen 2009
Relatieve zinnen
Met waar(+prepositie)
Die of dat?
Te + infinitief
Zinsbouw met te + infinitief
Expressies
Expressies
Vul het juiste woord in de expressies in
De negatie
nooit, niemand, nergens...
Geen, niet, nooit ...
Separabel verbum
Oefening op het separabel verbum
Separabel verbum
Perfectum
Perfectum met hebben/zijn?
Samenstellingen
Met of zonder koppelteken?
Zoeken
-
Disclaimer
-
Contact
-
Over Taalblad
-
Sitemap
-
Colofon