Ze eten
zelden frietjes.
De ziekte is
zeldzaam.
ZELDZAAM
Zeldzaam is iets wat je
niet vaak vindt, iets wat niet vaak voorkomt,
niet frequent.
‘Zeldzaam’ gebruik je:
* als
adjectief, het staat dan vlak voor het substantief
| | |
| Hij verzamelt zeldzame boeken. |
* als
adverbium, bij werkwoorden als zijn, worden, (b)lijken en blijven.
| | |
| Gelukkige huwelijken lijken zeldzaam. |
voorbeelden van 'zeldzaam' in context
ZELDEN
'Zelden' betekent
bijna nooit, heel af en toe.
‘Zelden’ is een
adverbium van frequentie, het antwoordt op de vraag ‘
hoe vaak?’ of ‘
hoeveel keren?’.
‘Zelden’ is
nooit een adjectief en staat dus nooit vlak voor een substantief.
| | |
| Lawines komen in deze regio zelden voor. |
voorbeelden van 'zelden' in context