Verleden week heb ik je een vraag gesteld.
Een week
geleden heb ik je een vraag gesteld.
VERLEDEN + substantief
Verleden = vorige.
Verleden is een
adjectief. Het wordt direct
gevolgd door een substantief als week, maand, jaar, maandag, dinsdag, woensdag ... of door het woordje ‘keer’: verleden week, verleden maandag, verleden keer...
Adjectieven op –en krijgen nooit een extra –e. Verleden heeft dus altijd dezelfde vorm.
| | |
| Verleden zaterdag zijn ze naar Maastricht gereden. |
| Verleden jaar hebben we mijn verjaardag thuis gevierd. |
voorbeelden van 'verleden' in context
substantief + GELEDEN
Geleden zegt meer over
hoelang iets voorbij is.
Die tijdsperiode specifieer je vlak vóór ‘geleden’: een week geleden, een jaar geleden...
| | |
| Een week geleden ging hij nog naar school. |
| Een jaar geleden heb je me dat verteld. |
voorbeelden van 'geleden' in context