Terwijl jij de afwas doet, zal ik het huis poetsen.
Tijdens de afwas luister ik altijd naar de radio.
TIJDENS
‘
Tijdens’ is een prepositie en wordt gevolgd door een substantief.
‘
Tijdens’ is synoniem van ‘gedurende’.
| | |
| Tijdens het examen mag je geen woordenboek gebruiken. |
| Tijdens de wedstrijd zorgde de fanfare voor een leuke sfeer. |
voorbeelden van 'tijdens' in context
TERWIJL
‘
Terwijl’ is een voegwoord en wordt gevolgd door een bijzin.
Bij ‘
terwijl’ is er sprake van gelijktijdigheid; er gebeuren 2 dingen op hetzelfde moment.
| | |
| Terwijl de kinderen huiswerk maken, zorgt moeder voor het eten |
| Terwijl ik naar tv kijk, kan jij mijn schoenen poetsen. |
voorbeelden van 'terwijl' in context