Hier moeten we
onder de brug rijden.
Kijk hier goed naar
beneden.
Onder
‘
Onder’ is een prepositie. Wanneer je ‘onder’ gebruikt om een plaats aan te duiden, combineer je ‘onder’ met extra informatie over de locatie.
| | |
| | De peuter verbergt de erwtjes onder de puree. |
|---|
| | We stofzuigen niet onder de mat. |
|---|
voorbeelden van 'onder' in context
Beneden
‘
Beneden’ is een adverbium van plaats en betekent ‘op een plaats die zich lager bevindt’.
Je hebt geen extra woorden nodig om de plaats aan te duiden.
| | |
| | Hij gooide de koffer boos naar beneden. |
|---|
| | Ik ben nog nooit beneden geweest. |
|---|
voorbeelden van 'beneden' in context
Onderaan
‘
Onderaan’ betekent ‘op/in/aan het onderste stuk van iets’.
| | |
| | We zaten helemaal onderaan in de zaal. |
|---|
| | Onderaan de pagina kan je doorklikken naar de foto’s. |
|---|
voorbeelden van 'onderaan' in context