Is iedereen er?
Neen, er
ontbreken nog 2 collega’s.
Neen, we
missen nog 2 collega’s.
De betekenissen van ‘missen’ en ‘ontbreken’ liggen dicht bij elkaar. Beide werkwoorden wijzen op de
afwezigheid van iets/iemand. Toch mag je ze
niet willekeurig door elkaar gebruiken.
MISSEN
Iemand mist iets/iemand.
Bij ‘missen’verduidelijk je altijd wie/wat je mist. Er staat dus
altijd een direct object in de zin. Het subject is bijna altijd een persoon.
| | |
| | Ik mis suiker in mijn koffie. |
|---|
| | De jongen mist zijn moeder heel erg. |
|---|
Het subject kan een ding zijn maar dat is minder courant.
| | |
| | Zijn outfit mist elegantie. |
|---|
ONTBREKEN
Iets ontbreekt.
Bij ‘ontbreken’ staat er
nooit een direct object in de zin.
Het subject is:
| | |
| een ding: | Die cd’s ontbreken in mijn collectie. |
|---|
| een pronomen (het, dat, deze, ...): | Dat ontbreekt nog in mijn keuken. |
|---|
| het woordje ‘er’: | Er ontbreekt iets, maar wat? |
|---|
Het subject kan een persoon zijn maar dat is minder courant. Ook dan staat er nooit een direct object in de zin.
| | |
| | De geblesseerde speler ontbreekt tijdens de persconferentie. |
|---|