uitgebreid zoeken

 woensdag, 23 mei 2012

TAALB(L)AD
e-zine
woordleer
  Het substantief   Het verbum   Het adjectief   De prepositie   Het adverbium   Het possessief pronomen   minitest oplossingen zinsbouw
woordspel
links
luisteren
Start Beeldverhaal

minitest
flyers & affiches

vzw de Rand
Taaluniecentrum NVT

TAALBLAD.BE op Facebook RSS feed
 Taalblad Google Gadgets
 Creative Commons License
Ga naar oefening
Taalknoop

Huis of thuis?

Ik ga nu naar huis.
Ik ben al thuis.

HUIS


Huis’ gebruik je voor het gebouw waar iemand woont. Je kan het ook in het meervoud gebruiken.
         
 Een eskimo woont in een huis van ijs.
 De huizen zijn erg duur geworden.


In combinatie met een prepositie gebruik je bijna altijd het woordje ‘huis’.
         
 Om hoe laat kom je naar huis?
 Hij werkt ver van huis.


THUIS


Thuis’ is een adverbium van plaats, het is de plaats waar iemand woont.
         
 Ik ben al thuis.
 De vluchtelingen hebben geen thuis.


EXTRA:
In het gesproken Nederlands kan je ‘thuis’ gebruiken in combinatie met de preposities ‘bij’ of ‘naar’ en een pronomen possessivum of een naam.
         
 We rijden eerst naar ons thuis om iets anders aan te doen.
 Bij Katrien thuis wordt er veel gelachen.



voorbeelden van 'huis' en 'thuis' in context
stuur door
Ga naar oefening

« vorige Huis of thuis? volgende »
07-09-2009 Smaken of proeven?
17-10-2007 Iedereen of allemaal?
>>  28-04-2008 Huis of thuis?
03-06-2010 Ons of elkaar?
30-06-2010 Geslaagd of geslagen?

Echt waar?!

Een boek met het beste uit 5 jaar taalblad.be: woordenschat, taalspelletjes, spreekwoorden...


Lees meer

 De boetiek van taalblad.be

In onze boetiek vind je grammaticaboeken en ander materiaal om zelf Nederlands te leren.

Naar de boetiek

 Taalblad.be in de krant

Een reportage over taalblad.be en het jubileumboek Echt waar?! in Flanders Today.

Lees meer

Zoeken - Disclaimer - Contact - Over Taalblad - Sitemap - Colofon