Groenten uit Balen gaat niét over groenten uit Balen. In Balen groeien geen groenten, want de grond is er zwaar
vervuild door de plaatselijke zinkfabriek. In diezelfde zinkfabriek verdienen wel veel arbeiders uit de regio hun inkomen.
De film speelt zich af in 1971 en vertelt het verhaal van het arbeidersgezin van Jan. Jan trekt elke morgen met
broodtrommel en koffiethermos te voet naar de fabriek. Nicole is zijn vrouw en Germaine is zijn enige dochter. Ze is achttien jaar. Ook de vader van Jan, een fabrieksarbeider op rust, woont bij hen.
Op een dag breekt een
staking uit in de fabriek. De arbeiders leggen het werk neer, omdat ze
opslag willen voor hun harde en ongezonde werk. De vader van Jan vindt dat zijn zoon niet mag meedoen aan die
staking. Zonder werk, komt er geen brood op de plank,
waarschuwt die.
Opslag vragen heeft geen zin volgens de opa, want de bazen hebben alle macht.
Dochter Germaine maakt het haar vader intussen ook niet gemakkelijk. Ze vraagt zich af waarom ze in een
krot moet wonen en ze draagt zeer korte
rokjes als ze op stap gaat.
Jan schrijft zijn frustraties van zich af in brieven aan de koning, de koningin en zelfs naar de Amerikaanse president Nixon. Hij sluit zijn brieven af met een schrijffoutje: "groenten uit Balen", in plaats van "groeten uit Balen", vandaar de titel van de film. De koning krijgt de brieven van Jan nooit te lezen, want Jans vrouw gooit de brieven achter zijn rug meteen in de
kachel.
Het centrale thema van de film is heel klassiek: de klassenstrijd tussen de arbeiders en de bazen, tussen het proletariaat en de kapitalisten. De film is gebaseerd op een toneelstuk en dat zorgt voor een unieke, rustgevende sfeer in de bioscoopzaal. De verhaallijn is zeer eenvoudig gehouden, terwijl sommige personages en de gebeurtenissen in de film goed uitgewerkt zijn. Ook de acteurs verdienen applaus: zowel de nieuwe, jonge acteurs als de bekende,
ervaren acteurs doen het heel goed in dit "toneelstuk op het witte doek".
Wat deze film écht tot een parel maakt, is de setting, het decor. De filmmakers hebben de jaren 70 op een soms karikaturale, maar toch heel geslaagde manier
nagebootst. De kleren, de auto's, het
behangpapier, de tafellakens en het meubilair, alles ademt "de seventies", toen sigaretten roken nog geen misdaad was en
Carrefour nog gewoon
GB heette.
Dat alles maakt van
Groenten uit Balen een zeer mooie,
ontroerende en soms bijzonder grappige film. Je leert er meteen ook iets over een zeer relevant stukje Vlaamse economische geschiedenis.
Opgelet: bijna alle personages spreken een Kempisch dialect, dus ondertitels kunnen nuttig zijn.
Kijk en luister ook naar:
Reportage: Groenten uit Balen van Frank Van Mechelen
Koen Van Kelecom