Het Nederlands is een vrij moeilijke taal om te leren. Dat weten de lezers van taalblad.be natuurlijk maar al te goed. Maar waarom is Nederlands zo moeilijk voor mensen die een andere moedertaal hebben? Adriaan D'Haens, een germanist aan de Universiteit van Gent, zocht een wetenschappelijk antwoord op die vraag. Zijn conclusie: de ingewikkelde regels die de woordvolgorde in het Nederlands bepalen, zijn het
struikelblok.
Denk bijvoorbeeld aan de inversieregels in het Nederlands: als een zin begint met een ander
zinsdeel dan het onderwerp, dan moet het werkwoord (verbum) voor het onderwerp (subject) staan.
Meer uitleg over de woordvolgorde vind je in onze grammaticagids. In een
bijzin moet het werkwoord dan weer helemaal achteraan staan. Met het woordje "er" en de scheidbare werkwoorden (separabele verba) wordt de correcte woordvolgorde in het Nederlands helemaal een ingewikkelde zaak.
In het Engels en in het Frans is de woordvolgorde veel eenvoudiger: "In English, the subject and the verb stay in the same position, no matter what you do or what you say."
Als je een nieuwe taal leert, dan speelt die woordvolgorde een heel belangrijke rol. Als je eigen moedertaal een eenvoudige woordvolgorde heeft, dan is het moeilijk om een taal te leren die complexere regels heeft rond woordvolgorde. Omgekeerd zal je een taal met een eenvoudigere woordvolgorde dan je moedertaal gemakkelijker
onder de knie krijgen. Dat was het besluit van Adriaan D'Haens. Voor zijn onderzoek vergeleek hij Engelse teksten geschreven door Nederlandstaligen, met Nederlandse teksten die door Engelstaligen geschreven werden.
In zijn scriptie met de titel "Waarom Nederlands leren niet is gemakkelijk" (zoek de fout!), maakt Adriaan D'haens de volgende vergelijking:
"Een nieuwe taal leren is zoals leren fietsen: wie het gewoon is om op een fiets te rijden kan zonder problemen met een
driewieler rijden. Als je echter een driewieler gewoon bent, dan is het niet evident om op een gewone fiets te leren fietsen."
Bron:
knack.be,
scriptiebank.be
KVK
Luister ook naar dit interview met professor D'Haens op Studio Brussel: