De Vlaming blijft
verknocht aan zijn auto. Zelfs voor korte afstanden stapt de Vlaming in zijn wagen. Met de fiets of te voet naar de winkel gaan is voor de meeste mensen geen optie. Uiteraard rijdt de Vlaming met de auto naar het werk, ook als hij
vlakbij woont. De dagelijkse files kunnen hem niet op andere gedachten brengen.
Dat alles blijkt uit een studie van het Instituut voor Mobiliteit. Het instituut vroeg aan 1765 Vlamingen hoe ze hun wagen gebruiken. Twee derde van de verplaatsingen gebeurt met de auto. Voor een kwart van onze verplaatsingen nemen we de fiets of gaan we te voet. Zelfs voor
ritjes van minder dan 3 kilometer neemt de helft van de Vlamingen de auto en voor afstanden van minder dan 1 kilometer neemt nog een op vijf de wagen. Het openbaar vervoer is maar heel zelden een alternatief: slechts 5 procent van onze verplaatsingen gebeurt met de trein, de tram of de bus.
Ook om naar het werk gaan, blijft de Vlaming
vastgeroest aan zijn gewoonte om de auto te nemen: van alle Vlamingen die op minder dan 5 kilometer van de werklocatie wonen, gebruikt de helft de auto voor de dagelijkse
pendeltocht.
De maatregelen om alternatieve vervoermiddelen
aan te
moedigen lijken dus niet te werken. Het gebruik van de auto stijgt zelfs licht ten opzichte van een jaar geleden. In een reactie in
Het Nieuwsblad zegt minister van Mobiliteit Hilde Crevits dat 'de drempel om het openbaar vervoer of de fiets te nemen naar omlaag moet' en dat we '
de macht der gewoonte om de auto te nemen moeten doorbreken'.
De jeugd geeft alvast het goede voorbeeld: twee op de drie kinderen gaat met de fiets of met het openbaar vervoer naar school.
KVK