Wat vinden de Belgen van het regionale openbaar vervoer? Op die vraag zocht de consumentenorganisatie
Test-Aankoop een antwoord. Test-Aankoop vroeg in 11 Belgische steden wat de
reizigers vinden van de dienstverlening van de tram, de bus en de metro. Het ging dus niet over de trein. De reizigers vonden vooral de
stiptheid een probleem.
Als je in België onderzoek doet naar het regionale openbaar vervoer, dan ben je niet snel klaar. In elke regio beheert een andere maatschappij de bussen, trams of metro:
TEC in Wallonië,
MIVB/STIB in Brussel en
De Lijn in Vlaanderen. Voor de tevredenheidsenquête werden 3300 mensen ondervraagd, in Brussel en in 10 andere grote Belgische steden.
De Vlaamse vervoersmaatschappij
De Lijn haalde de hoogste tevredenheidsscore met 70 procent.
TEC scoorde 67 procent en
MIVB 66 procent. Voor alle regio's was
stiptheid het grootste probleem: de bussen en de trams komen vaak te laat en de reis duurt dikwijls langer dan verwacht. De metrogebruikers zijn wél tevreden over de
stiptheid.
Stiptheid kan dus beter bij alle vervoersmaatschappijen. Dat komt natuurlijk omdat er erg druk verkeer is in de steden en de bus of de tram vaak ook vastzitten in de file. Als de bussen een apart
rijvak krijgen, dan zouden ze vaak al veel stipter kunnen rijden.
Voor de
reizigers van De Lijn is het gebrek aan
schuilplaatsen bij slecht weer de tweede
bekommernis: aan veel haltes staan geen bushokjes waar je kan schuilen als het hard regent of waait.
Voor het Brusselse openbaar vervoer is onveiligheid het tweede grootste probleem. Vooral 's avonds zijn veel mensen bang in de stations. In de metrostations voelt zelfs 40 procent van de reizigers zich niet veilig.
In Wallonië voelen de reizigers zich vaak
in de steek gelaten als er
stakingen zijn. Zij willen dat TEC een minimale dienstverlening invoert als de chauffeurs staken.
Plaatsgebrek vinden de
reizigers ook een groot probleem. Vooral de gebruikers van de tram vinden dat er meer zitplaatsen moeten zijn.
KVK