Door de economische crisis daalt de verkoop van auto's in heel de wereld. Een logisch gevolg daarvan is dat er minder werk is in de autofabrieken. Daar
ontsnappen ook de Belgische autofabrieken en hun werknemers niet aan. Zo is de kans reëel dat de montagefabriek van Opel in Antwerpen definitief gesloten zou worden. Dat zou een sociaal drama betekenen voor de 2.700 mensen die daar werken. De Vlaamse en de federale regering doen er alles aan om de fabriek toch open te houden.
Vlaams minister-president Kris Peeters en Belgisch premier Herman Van Rompuy stuurden vorige week al een
opmerkelijke brief naar de top van General Motors, het moederbedrijf van Opel. De regeringsleiders schreven in die gezamenlijke brief dat Vlaanderen en België bereid zijn staatssteun te bieden aan Opel Antwerpen. Ze stelden onder andere een bankgarantie van 200 tot 300 miljoen euro van de overheid voor, zodat de fabriek in Anwerpen de crisis zou overleven.
Op 11 februari mag premier Van Rompuy op bezoek bij de Duitse bondskanselier Angela Merkel om over de Antwerpse fabriek te praten. Duitsland zal namelijk een belangrijke rol spelen in de beslissingen van GM, want daar bevindt zich het Europese hoofdkwartier van de autobouwer.
Minister van Economie Vincent Van Quickenborne wil zelfs
doordringen tot de entourage van Amerikaans president Barack Obama. De Amerikaanse regering heeft GM overheidsgeld gegeven, maar de autobouwer moet wel duidelijk uitleggen wat hij daarmee doet en wat de plannen zijn. De baas van GM moet op 17 februari aan de Amerikaanse regering zijn herstructureringsplannen
uit de doeken doen. De vrees is groot dat de sluiting van Opel Antwerpen een deel van dat plan zal zijn.
Als de Amerikaanse regering de plannen van GM-baas Rick Wagoner
afwijst, dan moet de autoreus uit Detroit het overheidsgeld terugbetalen en is zelfs het
doemscenario van een faillissement niet meer ver weg.
KVK