"
Gemengde school" was ooit een term voor scholen waar zowel jongens als meisjes op de banken zaten. Intussen is een gemengde school een school met een sociale mix, waar je zowel Vlaamse kinderen aantreft als kinderen met een andere etnische achtergrond, allochtone kindjes dus.
Gemengde scholen zijn een goede zaak voor onze samenleving, daar is (bijna) iedereen het over eens: als de autochtone kindjes al van in de lagere school kennismaken met de kindjes met een andere etnische of religieuze achtergrond, zal dat het multiculturele samenleven later veel gemakkelijker maken. Het probleem is dat
gemengde scholen in het Nederlandstalige onderwijs eerder een utopie dan een haalbare ambitie zijn, zo blijkt uit de woorden van Mieke Van Hecke: "Witte scholen worden witter en zwarte zwarter". Van Hecke is de topvrouw van het katholieke onderwijsnet in Vlaanderen, en deed haar uitspraken deze week in
De Morgen.
Nochtans heeft de overheid ooit maatregelen genomen om die segregatie (het omgekeerde van integratie) in de scholen tegen te gaan, met het
beleid Gelijke Onderwijskansen (GOK-beleid). Het GOK-beleid betekent onder meer dat de scholen extra middelen en lesuren krijgen per kansarme leerling. Met andere woorden, een leerling uit een kansarm milieu (zoals laaggeschoolde ouders, andere thuistaal dan het Nederlands, gezinnen die leven van een
vervangingsinkomen) levert voor de school meer geld en meer middelen op. De bedoeling van het GOK-beleid is dat de witte scholen meer gekleurd publiek zouden aantrekken én dat de scholen met vooral allochtone kinderen over meer middelen zouden beschikken om eventuele taal- en leerachterstand weg te werken. Dat alles zou moeten resulteren in meer gemengde scholen.
Volgens Mieke Van Hecke mist het GOK-beleid dus volledig zijn doel. In één adem vroeg ze zich in het interview met De Morgen zelfs af of we de strijd tegen segregatie niet beter zouden staken. "Een sociale mix is een
lovenswaardig doel, maar ik vraag me af of het haalbaar is", zei ze daarover. "Misschien moeten we ervoor kiezen om de concentratiescholen extra te ondersteunen." In Nederland woedt een soortgelijke discussie en daar lijkt men ervoor te kiezen om de strijd tegen segregatie op te geven en de "zwarte" scholen extra ondersteuning te geven om de kwaliteit daar hoog te houden.
Een bijzonder interessant initiatief rond deze problematiek komt van de vzw "
school in zicht". Die
vzw vecht op haar eigen manier tegen het zwart-witbeeld in de scholen. "School in zicht" groepeert ouders van "kansrijke" kinderen die in de centrumsteden wonen. Veel jonge, Vlaamse gezinnen komen daar terecht, omdat het de enige buurten zijn met betaalbare woningen in de stad. Ze sturen hun kinderen dikwijls naar een witte school, hoewel die verder weg ligt. De schoolvlucht heet dat. Dat gebeurt niet omdat de autochtone ouders schrik hebben van allochtone of anderstalige kinderen in de buurtschool. Het gebeurt omdat ze de buurtschool gewoon niet kennen. Bovendien willen ze wel graag dat hun kindje met allochtone kinderen samenzit, maar ze willen ook niet dat hun kind als enige autochtoon in de klas zit. Op initiatief van
school in zicht bezoeken die ouders samen de concentratiescholen in de buurt en schrijven ze hun kinderen samen in. Zo kunnen de kindjes van de blanke gezinnen dicht bij huis naar school én leren ze kinderen met een andere etnische achtergrond kennen.
Journalist/auteur Tom Naegels is een van de beroemde voorbeelden die niet langer wou meedoen aan de schoolvlucht. Hij stuurde zijn kinderen naar een Antwerpse buurtschool, vlak bij huis. Daar heeft hij geen spijt van, zoals je kan lezen in deze prachtige
reportage/getuigenis in Humo.
Luister ook naar
interview met Raymonda Verdyck van het gemeenschapsonderwijs.
KVK