De paradox van de Belgische arbeidsmarkt is al lang bekend: Vlaanderen vindt geen werknemers, terwijl in Wallonië veel mensen op zoek zijn naar een job. De bureaus van arbeids
bemiddeling van de beide regio's (VDAB voor Vlaanderen, Forem voor Wallonië) werken daarom nauw samen om vacatures van Vlaamse bedrijven bekend te maken bij Waalse werkzoekenden. Op termijn zouden 50.000 werknemers uit Wallonië de
taalgrens moeten oversteken om bij een Vlaams bedrijf te gaan werken.
Uit officiële cijfers van Forem blijkt nu dat die uitwisseling niet veel resultaat oplevert: amper 200 Waalse werkzoekenden hebben een job in Vlaanderen gevonden via het gezamenlijk jobproject van VDAB en Forem.
Vermoedelijk zijn er op het terrrein wel meer mensen uit Wallonië die dankzij het uitwisselingsproject een job gevonden hebben in Vlaanderen, want niet alle bedrijven geven de nodige informatie door. Maar de resultaten blijven ontgoochelend. Eén van de
knelpunten is de talenkennis. Waalse werkzoekenden zouden te weinig Nederlands kennen.
Verantwoordelijken bij het Forem vinden echter dat de Vlaamse bedrijven de lat soms veel te hoog leggen. Soms wordt perfecte tweetaligheid vereist voor jobs waar dat zeker niet noodzakelijk is.
Naast de taal is ook de mobiliteit een groot probleem. Als je vanuit Wallonië met de bus naar Vlaanderen wil, moet je minstens één keer overstappen. De Waalse vervoersmaatschappij Tec rijdt namelijk maar tot aan de
taalgrens. Daar moet je
onvermijdelijk overstappen op een bus van De Lijn. Dat zorgt natuurlijk voor extra reistijd.
KVK