In de nieuwe Belgische regering zijn de ministerposten
netjes verdeeld onder Nederlandstalige en Franstalige politici, zoals het hoort in België. De Franstalige Didier Reynders (van de liberale partij Mouvement Réformateur of kortweg MR) is de minister van Buitenlandse Zaken. Hij spreekt vrij vlot Nederlands, zowel in de media als tijdens de vergaderingen van de ministers. Hij roept nu zijn collega's op om dat ook te doen.
Naar aanleiding daarvan maakte
Het Nieuwsblad het rapport op voor de kennis van het Nederlands van de Franstalige ministers in de regering. Je kon ook lezen waar die ministers hun Nederlands geleerd hadden.
De primus volgens
Het Nieuwsblad is Melchior Wathelet (van het Centre démocrate humaniste of CDH), de staatssecretaris van Mobiliteit. Hij dankt zijn kennis aan een jaartje secundair onderwijs in Vlaanderen. Paul Magnette (van de Parti Socialiste of PS) is op de tweede plaats geëindigd. Hij
krijgt een pluim omdat hij de laatste jaren zeer sterke vooruitgang geboekt heeft, dankzij enkele taalbaden, waarbij je een tijdje ondergedompeld leeft in een Nederlandstalige omgeving.
Didier Reynders werd derde. Ook hij dankt zijn kennis van het Nederlands aan een taalbad. Hij heeft ook een Antwerpse
schoondochter, met wie hij kan oefenen.
Over premier Di Rupo (PS) schrijven de redacteurs van
Het Nieuwsblad dat hij zijn uiterste best doet, maar dat
hij geen talenknobbel heeft. Een goed voorbereid gesprek is mogelijk in het Nederlands, maar het gaat mis als hij moet improviseren. De conclusie is: "Het doet nog altijd pijn aan de oren"...
Lees het volledige "rapport" op
nieuwsblad.be.
KVK