Zeelucht, cultuur en Nederlands opsnuiven in Oostende
vrijdag, 20 augustus 2010
Oostende is een stad aan de Belgische kust waar je niet alleen zeelucht, maar ook cultuur kan opsnuiven. Oostende is bovendien Cultuurstad van Vlaanderen 2010 en daardoor zijn er dit jaar nog meer culturele activiteiten in de havenstad dan anders: de musea spelen nog tot februari 2011 hun beste troeven uit. Er zijn ook heel wat speciale evenementen. Voor de lezers van taalblad.be ging ik op zoek naar plaatsen waar je naast een portie cultuur ook wat Nederlands kan oppikken. Een verslag, met aanraders en tips.
Summer Ticket
Het is midden augustus, maar het regent volop als ik in Leuven de trein naar Oostende neem. Dat trek ik me niet aan, want ik ga niet om op het strand te liggen. Op mijn treinkaartje staat reclame voor het Summer Ticket: voor 7,5 euro kan je naar alle bestemmingen in België, nog tot eind augustus. Waarom kondigt de NMBS dit tarief aan op een ticket dat ik al aangeschaft heb, bedenk ik. Als die boodschap op het scherm van de ticketautomaat had gestaan, dan had ik 15 euro kunnen besparen. Ik verlies er mijn goed humeur niet bij, want de rit verloopt vlot en comfortabel. Door de regen zit de trein niet volgepakt met dagjestoeristen, zoals mezelf.
Twijfel
Ik kom aan in Oostende en begin toch te twijfelen aan mijn onderneming. Op het open stationsplein loop ik helemaal alleen en ik ontdek al snel waarom: de strakke zeewind blaast me bijna omver en de regen slaat recht in mijn gezicht. Mijn regenjasje is duidelijk niet bestand tegen deze omstandigheden en dat geldt ook voor het papiertje waarop ik keurigeen stadsplannetje van Oostende heb geprint. Met veel moeite vind ik toch het Monacoplein, waar ik het VVV-infokantoor voor toeristen binnenstap.
Citypass
In het infokantoor is het lekker warm en droog. De ruimte is ultramodern en overzichtelijk ingericht. Hier neem ik wel een slimme beslissing die goed is voor mijn portemonnee: ik koop een citypass voor 12 euro. Daarmee kan je 24 uur lang in heel wat musea en attracties binnen. Het vriendelijke meisje aan de balie rekent het voor me uit: als je een paar dingen wil bezoeken is zo een citypass al snel voordelig. Bovendien krijg je er de digitale stadswandeling Het parfum van Oostende bij: je leent een iPod, waarmee je kan luisteren naar James Ensor (ingesproken door Wim Opbrouck), die je op een leuke manier meeneemt door "zijn" stad. Daarvoor is het me nu toch te nat, misschien doe ik die wandeling later nog. Ik kom nog te weten dat de stadswandeling beschikbaar is in vier talen. Als je onderweg de taal ook op 'Nederlands' zet, dan kan zo'n stadswandeling met iPod een prima luisteroefening worden. Een fragment:
Apocalyps tijdens de middagpauze
Ik spurt in rechte lijn naar het Oostends Historisch Museum 'De Plate', maar de museumwachter gaat net sluiten: middagpauze. Geen probleem, dan loop ik alvast naar de Venetiaanse Gaanderijen, voor de expo 'Tram in zicht!', over 175 jaar kusttram. Ook daar sta ik voor een gesloten deur: gesloten tot 14 uur. Dan maar gaan opdrogen in de bruine kroeg 'Bij Jozef'. Het rotweer is hier het enige gespreksonderwerp aan de toog. De tv toont beelden van de overstroming in Pakistan. De beelden van de natuurramp inspireren een stamgast met te veel tijd tot luidop doemdenken: "Ik bestudeer de Majacultuur en die kalender loopt maar tot 2012, ik begin te begrijpen waarom", klinkt het. Zo erg zal het nu ook weer niet zijn, denk ik. Als ik weer buitenkom, moet ik toch vaststellen dat het ook in Oostende niet wil stoppen met regenen en stormen.
De kusttram van de Schuysemansen
De expo Tram in zicht! heeft intussen de deuren geopend en daar klaart mijn humeur al snel op. Als buitenstaander beschouwde ik de kusttram als iets banaals, maar de expo doet me inzien hoe belangrijk de kusttram was én is voor de ontwikkeling van de kust. Je kunt met de tram zowat alle kustplaatsjes bereiken, van oost naar west en van west naar oost. Met de kusttram ontdekten mensen nieuwe plekjes en sommige stopplaatsen van de tram zouden zelfs tot badplaatsen uitgegroeid zijn. Achiefbeelden, affiches, interessante objecten en foto's van charmante tramhuisjes tonen me de geschiedenis van de kusttram: van de paardentram tot de stoomtram en de elektrische tram die we nu kennen. Op een geïmproviseerd trambankje ga ik even zitten. Ik kijk naar een filmpje met mensen die verhalen vertellen over "hun" kusttram. Ik leer er Edmond en Renaud Schuysemans kennen, respectievelijk de derde en de vierde generatie Schuysemansen die hun leven lang bij de kusttram van De Lijn werken. Ook het koninklijke rijtuig is een hoogtepunt. Via een enquête kan je zelf bepalen hoe de kusttram er in de toekomst moet uitzien. Niet te missen, deze expo. Je kan er nog tot 14 november naartoe, op de hoek van de Parijsstraat en de Zeedijk.
Het sterfbed van de koningin
Oostende heeft een koninklijk verleden, de bijnaam van de stad is niet voor niets 'Koningin der badsteden'. Oostende was het favoriete vakantieverblijf van Leopold I, onze eerste koning. In zijn vakantieverblijf in de Langestraat 69 is nu het Oostends Historisch Museum 'De Plate' gevestigd. In dat gebouw stierf ook Louise-Marie, onze eerste koningin. Die historische gebeurtenis wordt in het museum op een vreemde manier in herinnering gehouden. Op schetsen uit die tijd blijkt al dat Hare Majesteit weinig privacy gegund was toen ze haar laatste adem uitblies: er stond steeds een horde mensen rond haar sterfbed. Ook nu nog kunnen toeristen in het museum zien hoe de sterfkamer van Louise-Marie er exact uitzag. Zelfs de bedpan ligt nog op het bed. Verder in het museum: een heleboel maquettes van zeeschepen en een uitgewerkt decor van een visserscafé en een visserswoonkamer met levensgrote poppen. Je kan er ook een frietkar, een ijskar en de werktuigen van een scharenslijper uit het begin van de twintigste eeuw bewonderen. Sympathiek allemaal, maar verrassend of indrukwekkend vind ik het museum toch niet echt.
Kabeljauw en zeebonken
De namiddag loopt op zijn einde, dus haast ik me naar de haven. Daar bezoek ik twee schepen die ingericht zijn als museum. Het zeilschip Mercator is mooi, machtig en interessant, maar echte mannen met baarden bezoeken toch zeker ook de Amandine, de laatste ijslandvaarder van Oostende. Aan boord kom ik alles te weten over de Ijslandvaart. Dat is beslist de zwaarste en ruigste manier om aan visvangst te doen. En de visserij is sowieso al geen beroep voor doetjes. Jarenlang voeren de stoerste vissers met hun sloep naar de Ijslandse kusten, waar de meeste en beste vis te vangen is. In het beste geval kwamen ze na drie weken keihard werken in zwaar weer terug thuis, met honderdduizend kilo kabeljauw aan boord. In het slechtste geval werd hun boot verzwolgen door de zee of werden ze met de golven mee overboord gespoeld. Ik raak geboeid door de geschiedenis van de Ijslandvaart en bestudeer met veel aandacht het materiaal, de kleding, het krachtvoer en de onvermijdelijke sigaretten van de Ijslandvissers. Ik stap vol verwachting op de Amandine en ik kan me perfect inbeelden hoe het leven aan boord van zo'n Ijslandvaarder was: de krappe ruimtes in de romp, de machinerie, de achtergrondgeluiden, zelfs de visreuk hangt nog in de boot. Ik waan me een echte zeebonk en hier en daar word ik begroet door een scheepsmaat: levensechte poppen, gehuld in dikke truien en wollen sokken. Eentje leest een boek in zijn bed. Een andere neemt een pauze en rookt een pijp. De kapitein bekijkt de kaarten en in de kombuis (zo heet een keuken op een boot) maakt de kok een stevige maaltijd klaar.
Meer Oostende
Als mijn bezoek aan de Amandine afgelopen is, sta ik snel weer met beide voeten op de grond: het is tijd om naar huis te gaan. Nochtans zou ik met mijn citypass nog naar het Fort Napoleon kunnen gaan, naar Domein Raversijde, me verdiepen in de kunstgeschiedenins van België in Mu.zée en het Ensorhuis. Maar thuis roept de plicht, het zal voor een andere keer zijn. Op de trein kijk ik al uit naar een warm bad en besluit ik dat een culturele uitstap naar Oostende echt wel de moeite waard is, ook bij stormweer. Voor onze lezers is het interessant dat alles mooi en uniform in vier talen staat uitgelegd (Frans, Engels, Duits). De Nederlandse tekst staat altijd eerst en is iets groter gedrukt. Met een beetje creativiteit en discipline kan je dus ook je Nederlands aanscherpen in Oostende.