S
cholen die een alternatieve onderwijsvorm hanteren, worden methodescholen genoemd. Methodescholen stappen af van het klassieke idee dat de leraar zijn kennis moet doorgeven aan zijn leerlingen, met behulp van handboeken. Men vertrekt integendeel van een basisfilosofie van pedagogen als Steiner, Freinet of Medaer. Daaruit creëert elke school zijn eigen doelstellingen en methodes, in nauwe samenspraak met de leerlingen én met de ouders. Wij gingen op bezoek in De Appeltuin in het centrum van Leuven, de eerste Freinetschool die in Vlaanderen werd opgericht.
Het is de laatste week van augustus, maar als ik de speelplaats van De Appeltuin in Leuven opstap voor deze reportage, zou je denken dat het schooljaar hier al volop bezig is. Ik zie een grote groep kinderen die samen ravotten, anderen genieten op een bankje van hun tienuurtje. Het blijkt de circusschool te zijn, die de infrastructuur van De Appeltuin gebruikt tijdens de vakantie. Aan het raam zie ik een affiche die een inzamelactie aankondigt om een blindengeleidehond op te leiden. Een andere affiche gaat over een kunstproject dat vorig schooljaar liep ten voordele van een Palestijnse circusschool. Ik lees ook dat het schoolorkest nog op zoek is naar een djembéspeler. Engagement en creativiteit staan hier centraal, dat is overduidelijk. Miet Deckers, coördinatrice van de Appeltuin, legt uit waar dat vandaan komt.
“
Inspraak en eigen inbreng is de essentie van de Freinetmethode. Die aanpak resulteert in projecten en initiatieven die dikwijls ook buiten de klasmuren verder leven.”
Miet vertelt hoe zij en haar leerkrachten de Freinetmethode in de praktijk toepassen.
“Elke schooldag begint met een praatgroep. Kinderen mogen er voorstellen doen en vertellen wat ze hebben meegemaakt of wat hen bezighoudt. Het is de taak van de leerkracht om daar op in te spelen en er iets mee te doen.”
Improviseren kan dus, er is niet echt een vast leerprogramma, maar dat is geen
vrijgeleide voor chaos en
willekeur. ”Er zijn bijvoorbeeld afspraken over wat mag en wat niet mag op de speelplaats”, vertelt Miet, “maar die bekijken we elk schooljaar opnieuw met de leerlingen en met hun ouders. Ook het lesrooster ligt niet op voorhand vast, maar het aantal reken- en leessessies per week is wel bepaald. Tenslotte moeten de kinderen ook bij ons na de lagere school klaar zijn voor het middelbaar onderwijs.”
Miet wil wel benadrukken dat het niet enkel methodescholen zijn waar
inspraak van leerlingen en ouders mogelijk is.
“Veel scholen uit het klassieke onderwijs laten ook veel ruimte voor inbreng van de leerlingen. Omgekeerd zijn er ook methodescholen waar in de praktijk weinig van een bewuste methode te merken is. Ze noemen zichzelf methodeschool, omdat het volk aantrekt. Ze
lassen wel praatgroepen
in, maar doen eigenlijk niets met wat daar wordt besproken.”
Van een leerkracht in een Freinetschool wordt dus veel verwacht. In De Appeltuin is er nochtans geen sprake van een personeelstekort of burn-outs, een klassiek probleem in het traditionele onderwijs.
“Ik kan elke school een
gedreven ploeg zoals die van ons toewensen”, zegt Miet. “Een handboek en een strak programma volgen is saaier, maar het is wel gemakkelijker dan onze actieve methode van lesgeven. Onze leerkrachten werken met een ongelofelijk enthousiasme en engagement. Ook tijdens de vakanties werken ze al aan hun klasinrichting of
verdiepen ze
zich in de theorie om klaar te zijn voor het nieuwe schooljaar.”
Dat enthousiasme straalt inderdaad af van Katleen, een van de leerkrachten, als ik haar vraag of de voorbereidingen in een methodeschool anders verlopen dan in het traditioneel onderwijs.
“In de tradtionele scholen zijn
klusjesmannen en
poetsvrouwen nu waarschijnlijk hard aan het werken om de klassen in orde te krijgen. Bij ons zijn het de juffen en de meesters die hun klas inrichten en al aanpassen aan de leerlingen. Dat vergt natuurlijk wat meer inspanning. Ik kan me voorstellen dat je in het klassieke systeem de toestemming van de directeur nodig hebt als je iets wil veranderen. Geef mij dan maar de vrijheid van Freinet.”
De Appeltuin was oorspronkelijk niet veel meer dan een kindercafé, een anti-autoritair alternatief voor de kinderen van de hippies uit de jaren 60. In hun zoektocht naar een pedagogische visie kwamen de pioniers terecht bij de opvattingen van de Fransman Célèstin Freinet. Zo werd De Appeltuin in 1979 de eerste erkende Freinetschool van Vlaanderen. De eerste leerlingen staan intussen dus al volop in het echte leven.
“Wij volgen niet systematisch op hoe het onze oud-leerlingen vergaat”, vertelt Miet ons, “maar veel oud-leerlingen sturen hun kinderen ook naar onze school of ze blijven gewoon naar onze schoolfeestjes komen. Zo
blijven we vanzelf
op de hoogte.”
Ziet Miet een verschil tussen hun oud-leerlingen en de volwassenen die uit het traditionele onderwijs komen?
“Ik zie geen typische studierichting of beroepscategorie voor mensen die bij ons zijn uitgestroomd, maar ik stel wel vast dat onze leerlingen heel
bewuste keuzes maken, zowel in de professionele als in de persoonlijke sfeer. Dat doet me veel plezier, want daar streven we naar. We willen onze leerlingen aanleren om hun leven in eigen handen te nemen in plaats van automatisch de bestaande structuren en systemen te volgen.”
Koen Van Kelecom
Zou jij je kind naar een methodeschool sturen? Laat het weten via
onze poll.