Een gesprek met de directie van het Sint-Pieterscollege in Jette
Begin februari kondigde de directie van het Heilig-Hartcollege in Ganshoren aan dat het zijn deuren zal sluiten. Is er nog hoop voor het Nederlandstalige onderwijs in Brussel? Lesgeven middenin de Brusselse mengelmoes van culturen en talen is niet gemakkelijk, maar zeker niet onmogelijk. Taalblad.be trok naar het allereerste Nederlandstalige college in Vlaanderen, het Sint-Pieterscollege in Jette. Iets verderop in de straat ligt het Franstalige “collège Saint-Pierre”. Directeur Paul Carlé en Adjunct-directeur Marc Van Godtsenhoven: “De taalgrens loopt hier dwars doorheen onze speelplaats.”
Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel bevindt zich in een speciale situatie, horen we vaak. Waarom is dat zo ?
Iedereen denkt natuurlijk spontaan aan de diversiteit van talen en culturen, en dat klopt, er zitten hier veel anderstaligen en nogal wat allochtonen in de klassen. Maar er zijn nog tal van andere factoren die meespelen in Brussel. Er is ook steeds meer
kansarmoede bijvoorbeeld. Overigens is dat niet alleen een probleem in Brussel. Onze collega’s uit Gent, Antwerpen en Mechelen vertellen ons dat zij ook steeds meer leerlingen uit minder bevoorrechte milieus in de klas hebben.
Hoe komt dat ?
Vroeger moesten de meer gegoede kinderen uit de Vlaamse randgemeenten naar het centrum komen als ze een
ASO-opleiding wilden volgen. Maar intussen is het aanbod aan ASO-scholen in de Vlaamse Rand spectaculair gegroeid, en dus gaan ze daar naar school. Daardoor is ons publiek de laatste 10 jaar
grondig veranderd. 50 procent van onze leerlingen woont in het centrum, 30 procent spreekt thuis geen Nederlands. 20 procent is van diverse buitenlandse afkomst : Turken, Marokkanen, Oost-Europeanen, Italianen, Grieken, Spanjaarden,...
Wat zijn de gevolgen voor leerkrachten en directie ?
De leerkrachten moeten extra inspanningen doen in de klas, dat
staat vast. De leerkrachten krijgen heel specifieke training om te leren omgaan met kansarmoede, en met taal- en cultuurdiversiteit.
Hebben sommige leraren moeten afhaken?
Nee, er is veel goede wil. We hebben wel veel moeten overleggen en praten. Zeker oudere collega’s hebben het lastig met de nieuwe situatie. Ze
herinneren zich nog hoe het hier vroeger was, natuurlijk. Maar ze moeten zo snel mogelijk de nieuwe realiteit aanvaarden. De meesten van ons zijn daar nog niet helemaal klaar mee, maar we zitten wel op de goede weg.
Wat is er dan misgegaan in Ganshoren?
Om te beginnen is die school moeilijk bereikbaar met het openbaar vervoer. Als ouders dan moeten kiezen tussen een rustige school in de Vlaamse Rand, of een school die middenin de helse drukte rond de Basiliek ligt, dan is de keuze snel gemaakt. Ook daarom
nam het aantal leerlingen er snel
af. Om dat te compenseren, besloot de directie om ook technische- en beroepsrichtingen
aan te
bieden. En dus veranderde het leerlingenpubliek op korte tijd nog veel drastischer dan bij ons. Precies in die moeilijke periode, volgden de verschillende directeurs elkaar in sneltempo op. Spijtig genoeg is de school nooit uit die negatieve spiraal geraakt.
Het Ministerie van Onderwijs stelt nu voor om minstens één jaar Nederlandstalig kleuteronderwijs te verplichten. Wat denken jullie daar van?
We hebben veel collega’s zien glimlachen toen ze dat voorstel hoorden. Je moet weten dat de scholingsgraad op kleuterleeftijd in België al één van de hoogste in heel Europa is. Er zijn dringender problemen die aangepakt moeten worden.
Zoals ?
We hebben in Brussel een groot tekort aan technisch onderwijs,
BSO en
TSO. De overheid zou daar dringend iets aan moeten doen. Een ander probleem is dat er een groot niveauverschil is tussen lager onderwijs en secundair onderwijs. Heel veel kinderen die hier aan het secundair onderwijs beginnen, zijn er gewoon nog niet klaar voor. In Brussel hebben veel 12-jarigen een taalachterstand als ze hier in het eerste jaar starten. Toch hebben die kinderen dan al 6 jaar verplicht Nederlandstalig onderwijs achter de rug. De overheid moet het lijstje van
vaardigheden en kennis die je moet hebben om een getuigschrift te behalen aanpassen.
Wat kunnen de ouders van Brusselse kinderen doen?
Het is heel belangrijk dat we ze bij heel dit verhaal betrekken. Het oudercomité speelt een cruciale rol. We hebben een oproep gedaan om ook meer moeders van allochtone kinderen in ons comité te hebben, en dat is gelukt. We zijn heel blij dat die mensen willen meewerken, want zij vormen de perfecte brug naar de allochtone gemeenschap.
Moeten het Franstalig onderwijs en het Nederlandstalig onderwijs meer samenwerken?
Dat wordt niet eenvoudig. We delen de gebouwen met het collège Saint-Pierre, maar verder gaat onze samenwerking eerlijk gezegd niet. Niet enkel de
taalgrens loopt hier doorheen de speelplaats. Wallonië is echt een ander onderwijsland. Ze hebben een volledig verschillende aanpak in hoe ze nieuwe werkvormen aanbieden, werken met herexamens, integratie van computers in de lessen, de inschrijvingen regelen, enzovoort
Maar op vlak van immersie loopt het Franstalig onderwijs wel voorop ? Taalbadklassen komen in Wallonië vaak voor, in Vlaanderen houdt men de boot af.
Taalbadklassen, lesgeven in een andere taal dus, zien wij inderdaad niet zo zitten. Dat zou ook een absurde situatie creëren: Franstalige ouders sturen hun kinderen naar een Nederlandstalige school, en daar zouden de leerlingen dan les krijgen in… het Frans. Het Sint-Pieterscollege was trouwens de eerste school in Vlaanderen waar onderwijs in het Nederlands werd
aangeboden. Dat was in 1927, precies 80 jaar geleden.
Iets totaal anders: hoe is de kennis van het Frans bij de Nederlandstalige leerlingen hier?
We
besteden heel veel
aandacht aan onze lessen Frans. En precies omdat er hier zoveel Franstalige leerlingen in de klas zitten, is het niveau van de Franse les vaak hoger dan elders in Vlaanderen. Als Vlaamse leerlingen niet kunnen volgen, kunnen ze extra hulp krijgen. Maar buiten de lessen Frans wordt er
uitsluitend Nederlands gesproken. Leerlingen die daartegen zondigen krijgen een taalbon. Wie op het eind van de week drie taalbonnen in zijn enveloppe heeft, moet nablijven voor een taalgerichte activiteit. (KVK/BG)