Op 11 november vindt in Brussel een immense vergadering plaats: 1000 mensen zullen op die dag samenkomen om te praten over drie maatschappelijke thema's. De organisatoren van de zogenoemde G1000-bijeenkomst hebben een ingenieus overlegsysteem bedacht om de gesprekken in goeie banen te leiden. Later zal een kleinere groep mensen de resultaten en conclusies van deze dag verder uitwerken. Dat alles moet resulteren in concrete voorstellen voor onze politici. Dat is, kort uitgelegd, de G1000-burgertop. Zal die G1000 effectief iets veranderen in ons land? Dat is helemaal niet zeker. In elk geval is het een uniek en interessant initiatief. Ook in het buitenland krijgt de G1000 veel aandacht.
Ideetje
Het verhaal van de G1000 begint bij schrijver
David Van Reybrouck. Hij is de auteur van
Congo. Een geschiedenis. In dat boek beschrijft Van Reybrouck de Belgische ex-kolonie Congo op een geniale manier. In september 2010 schreef Van Reybrouck een column in de Franstalige krant
Le Soir. Daarin lanceerde hij het ideetje om een grootschalige conferentie te organiseren in België. Als de burgers uit de verschillende gemeenschappen op die conferentie eens goed met elkaar konden praten, dan zouden zij elkaars problemen en
standpunten beter begrijpen. Paul Hermant, een opiniemaker uit Wallonië, vond het een geniaal idee en contacteerde de schrijver. Na de zoveelste regeringscrisis besloten de twee mannen om het ideetje uit de column ook écht te realiseren.
Volksvergadering
Op de startvergadering van de G1000 bracht Paul Hermant twee jonge onderzoekers mee: Min Reuchamps en Didier Caluwaerts. De jongemannen bestuderen op de universiteit het fenomeen waarbij gewone burgers mee nadenken over maatschappelijke problemen. Toen Van Reybrouck zijn idee neerpende voor Le Soir, haalde hij zijn inspiratie eigenlijk uit Congo. De Congolezen hebben ook ooit een immense volksvergadering gehouden: de
Conférence nationale souveraine. Op die conférence zocht de bevolking een antwoord op de dictatuur van Mobutu. Van Reybrouck wist dus dat zijn idee niet helemaal nieuw was, maar het verwonderde hem wel dat volksvergaderingen het onderwerp zijn van wetenschappelijke studie. Er bestaat zelfs een wetenschappelijke naam voor "volksvergadering": deliberatieve democratie. In een representatieve democratie, het systeem dat we nu kennen, kiezen de burgers hun vertegenwoordigers om over de maatschappij te debatteren en het land te besturen. In een deliberatieve democratie beslissen de burgers zélf wat er moet gebeuren.
Tafels
Het is soms al moeilijk om met twee mensen tot een akkoord te komen. Hoe doe je dat in godsnaam als je met 1000 mensen iets moet beslissen? Wel, daar bestaat een methode voor: de deelnemers gaan aan tafels van tien zitten, met een moderator en, indien nodig, een tolk. Op een centraal podium worden de onderwerpen aangekondigd. De moderator laat iedereen aan het woord, noteert de tafelsuggesties en brengt die naar een centrale desk. Een aantal experts bekijken alle suggesties en groeperen ze tot er een aantal heel concrete voorstellen
uit de bus komen. De deelnemers stemmen dan nog eens over hoe belangrijk ze elk voorstel vinden. Zo weet je wat de deelnemers belangrijk vinden: je hebt een reeks representatieve, gedeelde prioriteiten. In de weken na de vergadering gaat een kleiner team met die prioriteiten aan de slag, om echte oplossingen uit te werken.
Constructief protest
Het hele verhaal van de G1000 doet denken aan de vele vormen van burgerprotest die in België en in het buitenland de kop opsteken: de
Shame-beweging,
Niet in onze naam,
de Indignados,
Occupy,
de Arabische Lente, enzovoort. Net als die protestbewegingen is de G1000 ontstaan vanuit een collectieve onvrede of frustratie. Toch is de G1000 anders, omdat de organisatoren meer willen doen dan zomaar protesteren. Samen met de burgers zoeken de mensen van de G1000 naar oplossingen. De organisatoren benadrukken ook dat ze het werk van de politici niet willen afpakken. De deliberatieve democratie komt niet in de plaats van de representatieve democratie: de twee types democratie moeten elkaar
aanvullen.
Centen
De initiatiefnemers van de G1000 verdienen geen geld met hun burgertop. Ze rekenen bovendien op vrijwilligers voor heel veel praktische zaken. Toch is er geld nodig om de G1000 te organiseren: je moet gebouwen en meubilair huren, professionele tolken en moderatoren betalen, computerinfrastructuur opzetten, onkosten van de deelnemers vergoeden... Per deelnemer zou het evenement 465 euro kosten, in totaal 465000 euro dus. De organisatie wil dat geld bij elkaar krijgen via crowdfunding: ze vragen aan iedereen om geld te geven. Giften vanaf één euro zijn welkom. Omdat de G1000 onafhankelijk wil blijven, zijn er geen sponsors of mediapartners. Op dit moment hebben de organisatoren van de G1000 al 66 procent van het
beoogde bedrag verzameld. Als ze het volledige bedrag niet op tijd bij elkaar krijgen, dan zal de top toch doorgaan, maar dan met minder dan 1000 mensen.
Vind jij de G1000 een zinvol initiatief? Laat het weten via
onze poll.
Bezoek ook
de website van G1000, waar alles heel klaar en duidelijk is uitgelegd.
Lees meer over het boek
Congo. Een geschiedenis.
Maak ook de
oefening met woordenschat over samenleving, democratie en politiek.
Koen Van Kelecom