De Belgische boeren zijn
boos. Dat merk je aan de tractoren die de laatste tijd
opduiken waar je ze niet verwacht, zoals op autosnelwegen, op de parking van grootwarenhuizen en in het centrum van Brussel. De boeren zijn
boos, omdat ze vinden dat ze geen eerlijke prijs krijgen voor hun producten. Ze hebben het financieel moeilijk en dat brengt ook psychosociale problemen met zich mee, zoals stress en relatieproblemen. Ook de boerinnen beleven moeilijke tijden.
Cursus economie
De landbouwcrisis heeft natuurlijk complexe economische oorzaken, maar je kan het probleem toch simpel samenvatten: de productiekosten van de landbouwers zijn groter dan de opbrengsten die ze uit de verkoop van hun producten halen. Een liter melk maken, bijvoorbeeld, kost 31 eurocent. Van de
zuivelproducenten krijgen de boeren echter nog geen 20 cent voor een liter melk. Je moet geen cursus economie gevolgd hebben om te begrijpen dat die situatie onhoudbaar is. Ook in andere sectoren, zoals de
veeteelt en de
akkerbouw, zijn de productiekosten groter dan de opbrengsten.
Pijlen op Europa
De prijzen voor
meststoffen,
veevoeders en energie blijven stijgen en dus kost het meer dan vorig jaar om 1 liter melk te produceren. Maar waarom kunnen de boeren hun producten dan niet duurder verkopen? Dat komt natuurlijk door de economische crisis en door de liberalisering van de markt. Bovendien is er overproductie. Om daar iets aan te doen,
richten de boeren
hun pijlen op de distributiesector en op de overheid, vooral op Europees niveau. Intussen hebben ze van de distributiesector een toeslag van een paar eurocenten per liter gekregen. De boeren hoopten dat Europa zijn beleidsinstrumenten zou inzetten om de prijs te reguleren. De Europese commissie beloofde echter alleen promotiecampagnes te voeren voor melk om de vraag en de prijs van zuivelproducten
aan te
zwengelen. Daar verwachten de boeren op korte termijn weinig
heil van.
Uitstap
Als een bedrijf verlies maakt en er is niet meteen beterschap in zicht, dan lijkt stoppen met het bedrijf de beste beslissing. Dat is voor elke ondernemer moeilijk, maar voor boeren ligt het nog
gevoeliger. Iemand die in de boerenstiel stapt, doet dat namelijk vaak ook omdat het een familietraditie is. De boerderij van de familie is meestal het resultaat van de
noeste arbeid van vele generaties. De boer die zijn boerderij moet stopzetten of verkopen, voelt zich soms
schuldig tegenover de generaties voor hem.
De economische realiteit is echter
genadeloos. Het aantal boeren en boerderijen neemt elk jaar af. De grootte van de boerderijen neemt
daarentegen toe. De boerderijen worden als het ware grote fabrieken, de romantiek is ver te zoeken. Op de boerderij worden tegenwoordig kille doelstellingen als schaalvoordelen, efficiënt personeelsmanagement, automatisering en informatisering geformuleerd.
Boerenstress
Al die
perikelen vreten aan de mentale gezondheid van de boer. De vzw '
boeren op een kruispunt' is een organisatie die de landbouwers helpt als ze het moeilijk hebben. Ze helpt hen op het gebied van bedrijfsvoering, maar de focus van de hulp verschuift meer en meer naar het psychosociale aspect. Dat kan je afleiden uit het aanbod van de vzw: er staan veel
voorlichtingsavonden rond stress, depressie, angst en slaapstoornissen op de kalender. Er is ook begeleiding bij het zoeken naar werk buiten het bedrijf. Zelfs relatie- en familiale problemen komen aan bod.
Oog voor de boerin
De protestacties van de boeren leveren niet altijd het gewenste resultaat op, maar ze zijn tenminste een uitlaatklep voor de boeren. Je ziet er bijna
uitsluitend mannen, hoewel het voor de boerinnen ook harde tijden zijn. Dikwijls is het de boerin die de boekhouding doet en zo heel direct met de rode cijfers wordt geconfronteerd. Als managers van de gezinnen hebben de boerinnen soms ook alle moeite om privé
de eindjes aan elkaar te knopen. De vzw ‘boeren op een kruispunt’ verliest de boerinnen niet uit het oog. Ze organiseert speciale ontmoetingsavonden voor de 'sterke' vrouw achter elke boer. De boerinnen kunnen er over hun problemen praten en steun zoeken bij elkaar.
Koen Van Kelecom